Onze publieke ruimte is schaars, de sociale noden zijn complex, de verwachtingen van inwoners veranderen en de rol van het lokaal bestuur wordt steeds belangrijker. Tegelijk beschikt Boom over een sterke gemeenschap, een strategische ligging en een grote betrokkenheid van inwoners.
Bijkomend moeten we in Boom meer dan ooit rekening houden met de financiële realiteit.
Toch vertrekt dit meerjarenplan vanuit één duidelijke ambitie: van Boom een gemeente maken waar het aangenaam wonen, werken, beleven en samenleven is – vandaag én morgen. Om die ambitie waar te maken, kiezen we voor een geïntegreerde en toekomstgerichte aanpak, gebundeld in vijf samenhangende doelstellingen.
- Een aantrekkelijk Boom
- Een warm Boom
- Een veilig Boom
- Een slagkrachtig Boom
- Een belevend Boom
Deze vijf doelstellingen vormen samen het kompas voor het beleid van de komende jaren. Ze zijn nauw met elkaar verbonden en versterken elkaar.
Meer dan 100 actiepunten tonen aan dat onze gemeente dus nog steeds een gezonde ambitie heeft.
Door gericht te investeren, samen te werken en te luisteren naar onze inwoners, bouwen we zo stap voor stap aan een beter Boom en meer Boom.
FINANCIËLE ZUURSTOF
De opmaak van het meerjarenplan en de bijhorende begroting stonden vooral in het teken van een noodzakelijke besparingsronde en een reorganisatie met de ambitie om Boom verder klaar te maken voor de toekomst. Het uitgangspunt was hierbij altijd om de aanvullende personenbelasting voor de Bomenaar op hetzelfde niveau te houden.
Het exploitatiesaldo (de jaarlijks terugkerende werkingskosten en werkingsmiddelen) is positief over de hele periode, wat uiteraard vooral te danken is aan de besparings-en reorganisatieoefening van maart 2025. Hier konden we een recurrente opbrengst van ca. 750.000 euro op jaarbasis realiseren.
We konden het aantal naakte ontslagen gelukkig beperken: 14,25 VTEs op een totaal van 32,9.
De geraamde loonkost daalt hierdoor meteen met zon 470.000 EUR ten opzichte van 31/12/2025, zelfs de indexering van maart 2026 al meegerekend.
De personeelskost zal dus een aandachtspunt blijven: tot 2031 stijgt die onder andere door mogelijke indexeringen (telkens zon 400.000 euro) opnieuw met 3,7 miljoen euro. Hierin zit wel de mogelijke vervanging van externe consultants door experts in loonverband vervat.
Wat investeringen betreft voorzien we 30 mio in de planningsperiode 2026-2031, waarvan eenderde riolerings- en straatwerken.
De nieuwe leningen voor een totaal van 9 miljoen euro moeten vooral als een dringende zuurstofbel gezien worden, wat nog altijd mogelijk was binnen de criteria die de hogere overheid ons oplegt (autofinancieringsmarge positief enz).
Schuldafbouw
Vanaf 2027 starten we echter al meteen opnieuw met de afbouw van de gezamenlijke leninglast van het Lokaal bestuur en het AGB: zo is er ondanks de moeilijke financiele positie een schuldafbouw tussen 2026 en 2031 van ca. 11 mio euro (van 76 mio naar 65 mio).
Objectief gezien is onze schuldenlast hoog, maar we bevinden ons in het peloton van de Vlaamse steden en gemeenten.
